Ada by Vladimir Nabokov

Ada by Vladimir Nabokov

Author:Vladimir Nabokov [Nabokov, Vladimir]
Language: nld
Format: epub
Publisher: Bezige Bij b.v., Uitgeverij De
Published: 2011-09-28T22:00:00+00:00


Hoofdstuk tweeënveertig

Volgens Aqua konden alleen aartswrede of oerdomme mensen, of onschuldige kinderen op Demonia, onze heerlijke planeet, gelukkig zijn. Van meende dat hij, wilde hij voortleven op dit vreselijke Antiterra, in de bonte, boze wereld waarin hij was geboren, twee mannen moest afmaken, althans voor het leven verminken. Hij moest hen onmiddellijk zien te vinden; zelfs uitstel kon zijn levenskrachten al aantasten. De verrukking om hun ondergang zou niet zijn hart helen, maar zeker zijn hersenen uitspoelen. De twee mannen bevonden zich op twee verschillende plaatsen en geen van beide plaatsen vertegenwoordigde een precieze locatie, een exact huisnummer, een identificeerbaar kwartier. Hij hoopte hen eervol te straffen, als het Noodlot meewerkte. Hij was niet voorbereid op de komisch overdreven ijver waarmee het Noodlot hem zou inpalmen om zich vervolgens op te dringen als overbehulpzame zaakgelastigde.

Eerst besloot hij om in Kalugano zijn rekening met Herr Rack te vereffenen. Van ellende viel hij in slaap in een hoekje van een coupé vol vreemde benen en stemmen, in de bliksem-exprestrein die met honderd mijl per uur noordwaarts ijlde. Hij dutte tot twaalf uur en stapte uit in Ladoga, waar hij na een onbecijferbaar lange wachttijd een andere, nog schokkeriger en vollere trein nam. Terwijl hij zich een onvaste weg baande door de ene zijgang na de andere, binnensmonds de raamstaarders vervloekend die hun achterste niet introkken om hem te laten passeren, en zonder hoop speurend naar een comfortabel zitje in een van de eersteklasrijtuigen die uit vierpersoonscoupés bestonden, zag hij Cordula en haar moeder tegenover elkaar aan het raam zitten. De twee overige plaatsen werden ingenomen door een gezette, bejaarde heer met een ouderwetse, bruine, over het midden gescheiden pruik op, en een bebrild jongetje in een matrozenpakje dat naast Cordula zat, die hem juist de helft van haar reep chocola aanbood. Van ging de coupé in, gedreven door een ploselinge, zeer briljante inval, maar Cordula’s moeder herkende hem niet dadelijk, en in de commotie van de herkennismaking gecombineerd met de schok van de trein trapte Van op de prunel-geschoeide voet van de bejaarde passagier, die een scherpe kreet slaakte en, onduidelijk maar niet onbeleefd, zei: ‘O, m’n jicht’ (of ‘Pas op’ of ‘Voorzichtig’), ‘jongeman!’

‘Ik houd er niet van als jongeman te worden aangesproken,’ viel Van geheel ongemotiveerd tegen de voetlijder uit.

‘Heeft hij u pijn gedaan, Opa?’ informeerde het jongetje.

‘Ja, jongen,’ zei Opa, ‘maar ik wilde niemand aanstoot geven met mijn smartenkreet.’

‘Smart is geen reden tot onbeleefdheid,’ vervolgde Van (terwijl de betere Van in hem aan zijn mouw trok, sprakeloos en vol schaamte).

‘Cordula,’ zei de oude actrice (met hetzelfde ad-rem waarmee ze eens de kat van een brandweerman had opgetild en gestreeld die midden in haar mooiste tekst Fast Colors in was komen lopen), ‘ik stel voor dat je met deze nijdige jonge demon naar het theerijtuig gaat, dan doe ik nu mijn haasjesslaapje.’

‘Wat is er mis?’ vroeg Cordula toen ze plaatsnamen in de zeer ruime en rococorijke ‘bonbonnière’ zoals Collegestudenten in Kalugano die noemden in de jaren 1880 en 1890.

‘Alles,’ antwoordde Van, ‘maar waarom vraag je dat?’

‘Nu ja, we kennen dr.



Download



Copyright Disclaimer:
This site does not store any files on its server. We only index and link to content provided by other sites. Please contact the content providers to delete copyright contents if any and email us, we'll remove relevant links or contents immediately.